HOME DREAMWEAVER HTML PHOTOSHOP FLASH BESTELLEN
Tekst

Naast de objecten die men kan tekenen, is tekst ook een element dat men binnen flash kan maken. Tekst wordt gemaakt door een tekstveld op het werkgebied te plaatsen. Dit kan daarna gevuld worden. Er zijn drie soorten tekst: statische tekst, invoer tekst en dynamische tekst.

  • Statische tekst.
    Deze tekst wordt op het werkgebied geplaatst en kan later niet veranderd worden.

  • Invoer tekst.
    Dit is een tekstveld waar de gebruiker zelf tekst in kan typen. De inhoud van het tekstveld kan opgeslagen of verzonden worden. Te gebruiken voor formulieren of andere gebruikers-input.

  • Dynamische tekst.
    Dit is een tekstveld dat van inhoud kan veranderen. Het kan gevuld worden op basis van de waarde van een variabele, de inhoud van een database, actie van een gebruiker, enz.

Elk lettertype is te gebruiken: embedding
Hét grote voordeel van het gebruik van tekst in Flash, is dat ieder lettertype te gebruiken is. De bezoeker van de site zal altijd het lettertype kunnen zien, zonder dat hij zelf het lettertype op de computer hoeft hebben te staan. Dit kan bereikt worden door "embedding", dit betekent het opnemen van het lettertype in het bestand.

Embedding heeft ook een nadeel: bij kleine tekst worden "rafelrandjes" zichtbaar, de tekst is niet scherp, en afhankelijk van het lettertype, kan de tekst zelfs onleesbaar worden. Hier moet dus rekening mee worden gehouden. Wanneer men een lettertype gebruikt dat heel algemeen is (Arial, Helvetica, Times, Verdana en dergelijke), dan is het niet nodig de tekst te embedden, omdat iedere gebruiker toch het lettertype zelf heeft.
Bij grotere tekst is anti-alias embedding juist weer wel altijd aan te raden: grote tekst ziet er anders kartelig uit. Met embedding krijgt grote tekst zachte randen (door anti-aliasing) en ziet er veel beter uit.

Het uitklapmenu Anti-aliasing biedt mogelijkheden voor elke van deze situaties.

Verschillen in de types tekstvelden
De verschillende soorten tekstvelden hebben alle enkele eigenschappen die uniek zijn voor hun soort. In dit stuk gaan we daar vooral aandacht aan besteden: wat de verschillende types tekstvelden van elkaar onderscheidt.

 

Statische tekst

Dit is de meest simpele vorm van tekst gebruiken. Selecteer de teksttool, klik op het werkgebied, en type de tekst. Een statisch tekstveld kan twee verschillende gedragingen vertonen tijdens het vullen:
Het kan meegroeien met de tekst wanneer er in wordt getyped, of tekst in geplakt wordt. Alle tekst zal op een enkele regel staan, tot men zelf door middel van de enter-toets een regeleinde invoert. Het tekstveld heeft dan een cirkeltje als ankerpunt rechtsboven.


Een tekstveld dat in de breedte meegroeit met de ingevoerde tekst

Een tekstveld kan echter ook een vierkantje hebben als ankerpunt rechtsboven. Dit betekent dat het tekstveld een vaste breedte heeft, en dat de tekst automatisch terug zal lopen (op een nieuwe regel begint) als de rechtermarge wordt bereikt.


Een tekstveld met vaste breedte

Een meegroeiend tekstveld kan omgezet worden in een tekstveld met vaste breedte, door aan het ankerpunt te slepen en daarmee de gewenste breedte in te stellen. Het ankerpunt wordt daarmee een vierkantje. Andersom kan een tekstveld omgezet worden naar een meegroeiend tekstveld, door te dubbelklikken op het ankerpunt rechtsboven. Alle tekst die zich in het tekstveld bevindt, zal op een enkele regel worden geplaatst.


het Eigenschappen palet

In bovenstaande afbeelding zijn de eigenschappen te zien die men voor statische tekst kan aangeven.

Enkele aandachtspunten:

Selecteerbaar
Wanneer dit aanstaat, kan de gebruiker tekst selecteren en kopieren. Mensen zijn gewend dat dit kan op internet, het is een goede gewoonte dit aan te zetten waar het van toepassing is.

Opties : Koppelen

Voor de in het tekstveld geselecteerde tekst kan hier een link worden aangegeven. Onderstreping van de link is echter niet mogelijk. Het is wel mogelijk de tekst een andere kleur te geven, maar die zal niet veranderen op het moment dat de link bezocht is. Om goede links te maken in tekstvelden die reageren op gebruikers-input, moet een dynamisch tekstveld worden gebruikt, en met behulp van HTML en CSS interactiviteit ingebouwd worden.

Alinea

Hier zijn instellingen voor de alinea te maken.

Anti-alias instellingen

Anti-alias zorgt voor zachte randen. In onderstaande afbeelding is de letter A twee maal in een tekstveld geplaats. Het linker tekstveld heeft de instelling "Apparaatlettertypen gebruiken" (use device font) meegekregen (geen anti-aliasing). Het tweede tekstveld heeft de instelling "anti-alias for readability" gekregen. De letter heeft zachte randen, en ziet er daardoor beter uit.


Links apparaatlettertypen fonts, rechts anti-alias voor leesbaraheid

Wanneer we de afbeelding vergroten, zien we hoe dit effect bereikt wordt:


Bij de rechter A zijn er extra pixels bijgevoegd aan de randen, die een overgang vormen van de kleur van de letter naar de kleur van de achtergrond.

De volgende instellingen zijn beschikbaar:

Apparaatlettertypen gebruken (Use device fonts)
Hierbij wordt het lettertype van de bezoeker gebruikt. Het font wordt niet embedded (dwz het font wordt niet opgeslagen in het flash bestand). Er wordt geen anti-aliasing toegepast.
Wanneer het font niet aanwezig is op de computer van de bezoeker, zal een vervangend font door flash worden gekozen. Apparaatlettertypen zijn goed om te gebruiken voor leestekst in lettertypes die heel algemeen zijn, en daarom iedereen zal hebben op z'n computer. Apparaatlettertypen zien er goed uit en zijn goed leesbaar op kleine formaten, van ongeveer 8 tot 12 pixels groot. Op groter formaat gaat de tekst er kartelig uitzien. De maten zijn bij benadering en kunnen verschillen bij gebruik van diverse fonts.

Fonts die op alle Windows computers geinstalleert zijn:
Arial, Arial Black, Comic Sans MS, Courier New, Georgia, Impact, Lucida Console, Lucida Sans Unicode, Tahoma, Times New Roman, Trebuchet MS, Verdana.

Fonts voor Mac:
Arial, Arial Black, Comic Sans MS, Courier New, Georgia, Impact, Monaco, Lucida Grande, Geneva, Times, Helvetica, Verdana.

Bitmap tekst
Dit ziet er uit als Apparaatlettertypen, maar het font wordt wel embedded. De bezoeker hoeft het font dus niet zelf te hebben. Deze optie is enkel te gebruiken bij export als flash 8 of hoger.

Anti-alias voor animatie
De anti-alias zoals die bij versies lager dan 8 gebruikt werd door flash. Het font wordt opgenomen in het flash bestand (embedded), waardoor de gebruiker het niet zelf hoeft te hebben. Kleine tekst kan er rafelig uitzien, tot zelfs onleesbaar. Vanaf ongeveer 10 tot 12 pixels groot ziet de tekst er goed uit, en is ook goed leesbaar.

Anti-alias voor leesbaarheid
Deze manier van anti-aliasing gebruikt de in flash 8 geintroduceerde nieuwe manier van font-rendering (font verwerking, zou je kunnen stellen) door flash. Deze manier wordt FlashType genoemd. Dit levert een kwaliteit op die stukken beter is dan de voorgaande manier. (De Bitmap text optie gebruikt trouwens ook FlashType)
Deze optie is enkel te gebruiken bij export als flash 8 of hoger. De tekst wordt embedded.

Aangepaste anti-aliasing (Custom anti-alias)
Hier zijn de scherpte en dikte van de tekst zelf in te stellen. Het is te beschouwen als een uitbreiding van de voorgaande optie. FlashType wordt gebruikt, export als flash 8 of hoger is noodzakelijk.

 

Dynamische Tekst

Een dynamisch tekstveld wordt gebruikt wanneer de tekst niet onveranderbaar aanwezig is op het moment dat het flash bestand wordt gemaakt. De tekst van een dynamisch tekstveld kan geplaatst worden, ingeladen worden of veranderd terwijl het bestand bekeken wordt door de bezoeker. Dit kan door acties van de bezoeker, bv de cursor wordt boven een object gebracht, deze actie wordt opgepikt, en de tekst wordt in het tekstveld gezet. Maar het kan ook ingeprogrammeerd zijn, b.v een tekst kan geladen worden uit een tekstbestand dat zich op de server bevindt, of geladen worden uit een database met behulp van een programeertaal die door flash aangeroepen wordt.

Het Eigenschappen palet ziet er iets anders uit wanneer er een dynamisch tekstveld is geselecteerd:

het Eigenschappen palet voor een Dynamisch Tekstveld

Bijzonderheden
Onder het keuzemenu voor het kiezen van het soort tekst, Dynamic Text, is een invulvak zichtbaar met de naam
<Instantienaam>. Hier moet een unieke naam voor het tekstveld worden aangegeven, waarmee de eigenschappen van het tekstveld via Actionscript kunnen worden ingesteld.

De belangrijkste eigenschap van een textveld is b.v "text". Wanneer de instantienaam van een tekstveld "intro" is, dan kan een tekst in het veld worden geplaatst.

Actionscript 2 code:

intro.text = "deze tekst komt in het tekstveld";

Er zijn nog enkele opties actief die bij een statisch tekstveld niet actief zijn:

 Gedrag

Hier moet gekozen worden voor een tekstveld van een enkele regel, of een die meerdere regels kan bevatten

Renderen als HTML
Wanneer geactiveerd, kan het tekstveld HTML bevatten. Flash ondersteunt slechts een beperkte subset van HTML, waar de volgende dingen kunnen worden gebruikt: a, b, font color, font face, font size, i, p, en u.
De inhoud van het tekstveld moet dan ook bepaald worden met "htmlText" inplaats van "text".

Actionscript 2 code:

intro.htmlText = "deze tekst komt in het tekstveld en <i>dit</i> is cursief ";

Rand weergeven rondom tekst
Het tekstveld kan weergegeven worden met een 1-pixel zwarte rand en een witte achtergrond. Andere kleuren zijn enkel in te stellen via ActionScript (zie verderop bij TextField class)

 Variable

In Flash 5 en eerder bestond er nog geen instantienaam. Toen was het mogelijk om door middel van een variabele een bepaalde tekst in het tekstveld te plaatsen. Zo kon je bijvoorbeeld in dit veld "myVar" invullen, en dan ergens in een frame of een knop actie de variabele een waarde geven: myVar = "deze tekst moet weergegeven worden";
De inhoud van de variabele werd dan automatisch in het tekstveld geplaatst. Hoewel dit nog steeds werkt, wordt het afgeraden dit te gebruiken, behalve wanneer men exporteert naar Flashplayer 5 of lager.

Deze optie is enkel beschikbaar voor bestanden die werken met Actionscript versie 1 of 2.


Het opnemen van het font staat standaard uit bij Dynamische tekstvelden. Dat is logisch, want er staat initieel niets in, en de inhoud kan ook altijd wijzigen, dus Flash kan nooit automatisch de benodigde letters embedden. Via de knop Tekens insluiten zul je zelf aan moeten geven welk deel van het gekozen font meegestuurd moet worden in de swf.
Na klikken op deze knop opent het volgende venster:

Hier kun je kiezen welke karakters er moeten worden meegenomen in de swf. Door de Ctrl-toets in te drukken, kun je meerdere dingen tegelijkertijd selecteren. Met Hoofdletters, Kleine letters, Cijfers en Leestekens heb je het hele lettertype.
In het tekstveld daaronder kun je specifieke tekens opgeven. Wees voorzichtig met te weinig opgeven: als je kiest voor embedding, zullen karakters die niet zijn gekozen, helemaal niet vertoond worden. (Je zou misschien verwachten dat ze dan van de computer van de gebruiker, niet anti-aliased zouden worden ingevoegd, maar dat gebeurt niet.)
De knop "Automatisch vullen" neemt de karakters die op dat moment in het tekstveld staan, op het werkgebied.

 

 

Invoer tekst

Het derde soort van tekstveld is Invoer tekst. Het werkt grotendeels hetzelfde als Dynamische tekst, behalve dat de gebruiker hier zelf tekst kan invullen. Bij selectie van een Invoer-tekst tekstveld zien we de volgende eigenschappen:

De verschillen zitten aan de onderzijde van het palet:
het veld voor het invullen van een url is verdwenen, en het maximaal aantal tekens dat kan worden ingevuld is aangegeven. Aangezien een gebruiker hier zaken kan invullen, is onder het uitklapmenu "Gedrag" een password optie beschikbaar. Dit kan ook met Actionscript gedaan worden, en ervan uitgaande dat de Instantienaam van ons tekstveld nog steeds "intro"is, zou dat als volgt gaan.

Actionscript 2 code:

intro.password = true;

Op dit moment worden enkel sterretjes (*) vertoond wanneer iets wordt ingevuld. Andere zaken die van belang kunnen zijn, zijn bijvoorbeeld de tab-volgorde van de velden, aangezien mensen bij formulieren gewend zijn om met de Tab-toets naar een volgend veld te gaan. Dit kan met de eigenschappen tabEnabled en tabIndex. Met de eerste kan worden aangegeven of het tekstveld gevoelig is voor selectie door de tab-toets. Standaard staat dit aan. Als waarden kunnen true of false worden opgegeven. Vervolgens kan met de tabIndex de volgorde worden opgegeven. tabIndex krijgt een nummer als waarde.

intro.tabEnabled = true;
intro.tabIndex = 2;

Een tekstveld kan ook nog reageren op twee gebeurtenissen (events genoemd): het veranderen van de inhoud, en het scrollen. Deze gebeurtenissen kunnen worden opgevangen door functies die een bepaalde handeling uitvoeren wanneer de actie optreedt (even handlers). Deze event handlers zijn onChanged and onScroller.
Zo kan er een melding in het Uitvoer venster worden vertoond als ons tekstveld wordt veranderd:

 

Actionscript 2 code:

intro.onChanged = function() {
trace("tekstveld is veranderd");
}

De waarden van invoer tekstvelden kunnen verzameld worden in het LoadVars object (verderop behandeld) en zo verstuurd worden naar de server, en daar verder verwerkt worden.

 

Tekst componenten

Er bestaan ook componenten (in Flash ingebouwde movieclips die over een bepaalde functionaliteit beschikken) die speciaal voor tekst zijn gemaakt. Wanneer componenten worden gebruikt, is bovenin het Eigenschappen palet  een knopje aanwezig om het palet "Deelvenster Componentencontrole" te openen, waar instellingen te vinden zijn voor de betreffende component.

De scrollbar

Een dynamisch tekstveld ontvangt de tekst van een bron buiten het tekstveld. De omvang van de tekst is daarom dikwijls niet bekend. Een scrollbar kan dan uitkomst bieden, en de tekst vertonen die anders onzichtbaar zou worden. (wanneer een tekst niet past, kan deze nog bereikt worden door de tekst te selecteren en dan naar onderen te slepen, maar dit is natuurlijk niet erg gebruiksvriendelijk of intuïtief. Wel kan het handig zijn tijdens de ontwikkeling, om te kijken of er soms nog tekst verborgen is)

De scrollbar is te vinden in het Componenten palet (Venster> Componenten), in de categorie "User Interface". Vandaaruit kan de Scrollbar op het tekstveld worden gesleept. De scrollbar zal zich automatisch hechten aan het tekstveld. Misschien aan de linkerzijde of de bovenkant, in dat geval moet de scrollbar weer versleept worden, en iets meer aan de gewenste zijde worden losgelaten.

Daarna kan, met de scrollbar geselecteerd, via het Eigenschappen palet het palet Componentencontrole worden geopend. Een scrollbar heeft een aantal parameters (eigenschappen): _targetInstanceName is belangrijk. Dit geeft het tekstveld aan dat bestuurd wordt door de scrollbar. De rest van de eigenschappen spreekt voor zich.


Aan het tekstveld is een scrollbar toegevoegd.

Standaard zal de Instantienaam meteen al als _targetInstanceName aan de scrollbar worden toegevoegd. Na verslepen of veranderen van het tekstveld kan deze koppeling echter wel eens verbroken worden. Dan kan met de hand de juiste Instantienaam weer worden ingevuld.


TextArea Component

Dit is een component waarin een tekstveld en een scrollbar zijn gecombineerd. De gebruiker kan ook worden toegestaan tekst in te voeren, waardoor het gebruikt kan worden als invoerveld in een formulier. De code om een tekst in de component te vertonen, is identiek aan de wijze waarop dat met Dynamische tekstvelden wordt gedaan. De textarea heeft een aantal ingebouwde eigenschappen die extra functionaliteit bieden, zoals "maxChars", om het aantal karakters in een tekstveld te beperken tot een bepaald maximum, of "restrict", om aan te geven welke karakters kunnen worden gebruikt.

Een uitgebreide handleiding en een overzicht van alle mogelijkheden is te vinden in de Help (F1 toets), onder Components Language Reference > Textarea component.


Componenten voor formulieren

Wanneer men een website bouwt in Flash, zal ook daar dikwijls een formulier in moeten worden gebruikt. Er zijn een aantal componenten die dat mogelijk maken. Er zijn een radio en een checkbox component, een textinput component, een button component, en een ComboBox (om een uitklap menu te maken.)

Radiobutton

Wanneer men een radiobutton op het werkgebied sleept, is het volgende in het palet Componentencontrole te zien onder de tab Parameters:


Eigenschappen van een radiobutton

De eigenschap "value" correspondeert met de html eigenschap "value". Dit is de informatie die aan de naam van de radiobutton wordt gekoppeld, en samen wordt verstuurd als de radiobutton geselecteerd is. De "name" eigenschap van html is hier de naam van de instance, "groupName" is de naam van de groep waarvan de button deel uitmaakt, en waarvan er slechts een kan worden geselecteerd. Het "label" geeft aan welke tekst er achter de radiobutton staat. Dan is er nog "labelPlacement", waarmee bepaald kan worden aan welke kant van de radiobutton de tekst staat. Tenslotte "selected", om aan te geven of de button al bij voorbaat geselecteerd is.
Om een aantal radiobuttons te koppelen wat betreft aan/uit functie, moeten ze allemaal dezelfde "groupName" hebben.

Checkbox

De checkbox component werkt ongeveer hetzelfde. Deze heeft echter enkel de eigenschappen "label", "labelPlacement" en "selected".

Textinput

De textinput component werkt ongeveer hetzelfde als een gewoon invoer tekstveld, dat ook in een formulier gebruikt kan worden. De textinput component heeft daarnaast een aantal extra eigenschappen die gebruikt kunnen worden, net zoals de TextArea component.

ComboBox

Met de Combobox kan een uitklapmenu gemaakt worden. De belangrijkste parameters die zijn te vinden, zijn "labels" en "data". De labels zijn te zien als de ComboBox openklapt, de data zijn weer de waarden die ermee verbonden zijn.

De ComboBox heeft vele parameters, en kan ook dynamisch gevuld worden met data uit bijvoorbeeld een database. De ComboBox kent een veel breder gebruik dan enkel in formulieren, en wordt vaak gebruikt in rich media applicaties. Ze kan overal worden toegepast waar een gebruiker een keuze moet maken uit een aantal mogelijkheden.

Button

Een knop die gebruikt kan worden om de data uit het formulier te verzenden. Hier kan ook een zelfgemaakte knop voor gebruikt worden. De Button component zorgt slechts voor een uiterlijk dat bij de rest van de elementen past, en biedt verdere nog de optie "toggle". Het uiterlijk van de button heeft dan twee verschillende varianten die afgewisseld worden, elke keer als er op de knop geklikt wordt. Natuurlijk kan dan ook het label van de knop veranderd worden, zoals "start" en "stop" op een knop die geluid aan- en uitzet.

Alle componenten beschikken over manieren om de waarde of de staat (bijvoorbeeld of de radiobutton geselecteert is) op te halen. Bij een checkbox is dit bijvoorbeeld de eigenschap "selected". Bij een combobox "selectedItem.data". Deze waarden dienen dan toegewezen te worden aan variabelen. Vervolgens moet deze data verstuurd worden naar een script dat het verwerkt. Dit kunnen standaard formulierscripts zijn die de internet-provider beschikbaar stelt, of zelfgemaakte scripts, bv in PHP of ASP gemaakt.

Om data te versturen naar externe applicaties, of om data te ontvangen, zijn in Flash verschillende mogelijkheden, die hieronder kort behandeld worden.

Let op: alle voorbeelden gaan uit van Actionscript 2.0

 

Geavanceerde mogelijkheden

Het gebruik van dynamische tekst in Flash is veelzijdig, er zou bijna een hele cursus met gevuld kunnen worden. We willen hier wel een paar dingen kort aanstippen, waarvan sommige bij de demo's behandeld worden, en andere die het waard zijn eventueel verder te verkennen:

 

Tekst inladen

Tekst via een variabele in het tekstveld plaatsen is goed mogelijk als het om een enkel zinnetje, of een kort fragment gaat. Daarna wordt het onhandig, en weinig flexibel. Wanneer de tekst zich buiten Flash bevindt, is het makkelijker om aan te passen.
Tekst kan vanuit een simpel .txt bestand worden ingeladen. Flash kan ook data uit een database ophalen. Hiervoor moet dan een programmeertaal worden gebruikt, die tussen de database en Flash in staat, en de gegevens "doorgeeft". Dit soort talen wordt daarom ook wel "middleware" genoemd. Voorbeelden hiervan zijn PHP, ASP of ColdFusion.
Een tussenvorm is XML. Dit zijn tekstbestanden die zelfstandig alle gegevens bevatten, in een gestructureerde vorm. Voor het gebruik van XML zijn geen speciale faciliteiten op de server benodigd.

loadVariables
Dit is de simpelste manier om externe tekst in te laden. De tekst kan zich bijvoorbeeld in een .txt bestand bevinden. Het nadeel ervan is, dat er geen manier is om te bepalen, wanneer de tekst ingeladen is, en dus gebruikt kan worden. Daarom is het het eenvoudigst, deze manier te gebruiken aan het begin van het Flash bestand, als je er zeker van bent dat het nog geruime tijd duurt, voor de tekst vertoont moet worden.
Een tekstbestand, genaamd "externetekst.txt" heeft bijvoorbeeld als inhoud:

myvar=dit is tekst die geladen wordt

Om de tekst te laden, wordt in een frame of op een knop de volgende ActionScript geplaats:

loadVariables("externetekst.txt",_level0);

De variabele "myvar" zal nu in de hoofdtijdlijn (_level0) te vinden zijn, en kan dan in een dynamisch tekstveld worden geplaatst:

intro.text = myvar;

 

LoadVars
Dit is een veel geavanceerdere manier om externe tekst in te laden. LoadVars is een Class (een verzameling bij elkaar horende methodes en eigenschappen.) met als een van de methodes "onLoad". Dit is een actie die automatisch wordt uitgevoerd wanneer de data (de tekst) geladen is. Op dat moment kun je de tekst dus gebruiken. Hier is al meer (kennis van) Actionscript voor nodig dan voor de vorige optie.

Om hetzelfde tekstbestand in te laden, en de tekst te plaatsen in ons tekstveld " intro", kan het volgende gedaan worden:

myLV = new LoadVars();

myLV.onLoad = function() {
intro.text = this.myvar;
}

myLV.load("externetekst.txt");

Eerst wordt een nieuw LoadVars object gemaakt. De code daarna geeft aan wat er gebeurt op het moment dat het laden klaar is. Deze actie "onLoad" wordt op dat moment automatisch uitgevoerd. De laatste regel regelt het inladen van het tekstbestand.

Het LoadVars object heeft ook een methode "sendAndLoad". Hierbij worden variabelen naar een bestand gestuurd, en kan dit bestand weer andere variabelen terugsturen, in de vorm van b.v een antwoord op het insturen van gegevens uit een mailformulier. De teruggestuurde variabelen worden dan opgevangen in een tweede LoadVars object.

XML
Flash heeft de mogelijkheid XML bestanden in te lezen. XML bestaat geheel uit platte tekst (tekst zonder opmaak), maar is wel bedoeld om betekenis mee te geven aan die tekst. Omdat XML ook logisch opgebouwd moet worden, is het uitermate geschikt om een aantal dezelfde dingen in te laden. Bijvoorbeeld de lokatie en namen van afbeeldingen, met een beschrijving erbij. XML is ook weer een class binnen Flash, met nog veel meer ingebouwde mogelijkheden dan de LoadVars class.
XML is door de grote flexibiliteit die het heeft zeer geschikt om data tussen verschillende programma's uit te wisselen. Het wordt steeds meer gebruikt, en het is zeer aan te raden je hier in te verdiepen wanneer je op een meer geavanceerdere manier met Flash aan de gang wilt.
De constructie om gegevens in te laden is hetzelfde als bij LoadVars, alleen is de manier om de gevens uit te lezen anders.

n.b Het gebruik van XML is in Actionscript 3 een stuk verbeterd en overzichtelijker geworden.

 

Tekst(-velden) opmaken

We hebben hier al HTML gezien, waarmee tekst een beetje kan worden opgemaakt, en ook hyperlinks in tekstvelden kunnen worden geplaatst. Ook afbeeldingen zijn op deze wijze in een tekstveld te plaatsen, hoewel in het gebruik daarvan wel enkele bugs zitten. Andere manieren zijn CSS en een interne Flash-manier, TextFormat. Maar ook het tekstveld zelf is een aparte class binnen Flash, met een groot aantal methodes en eigenschappen.

De TextField Class
Buiten het Eigenschappen palet palet om zijn er een groot aantal instellingen door middel van ActionScript mogelijk. Door de Instantienaam te gebruiken kunnen de eigenschappen van het betreffende tekstveld worden veranderd. Inplaats van het knopje "HTML"aan te vinken in het Eigenschappen palet palet, kan ook met Actionscript HTML worden geactiveerd. Indien we weer uitgaan van een tekstveld met als Instance Name "intro", dan is de code:

intro.html = true;

"True" is een "Boolian". Dit zijn eigenschappen met maar twee waarden: true of false. Iets is waar of niet waar.

Op deze manier kan bijvoorbeeld ook de achtergrond worden ingesteld, en kan deze een kleur worden gegeven:

intro.backgroundColor = 0xFF0000;

Dit zal het tekstveld een rode kleur geven. (Kleuren worden in hexadecimale waarden opgegeven. Deze bestaan uit zes karakters voor de kleuren. Je kunt de codes voor de kleuren oppikken uit de kleurkiezer binnen Flash. Als je een kleur kiest, dan staat altijd de hexadecimale waarde er ergens in een veld bij. Die kun je copieren en daarna plakken. Je moet dan in de Actionscript code wel "0x" voor die code plaatsen, dan weet Flash dat het om een kleur gaat.)
Een ander voorbeeld, voor de randkleur:

intro.border = true;
intro.borderColor = 0xFFFF00;

Laten we eens kijken naar een eigenschap die niet in het Eigenschappen palet palet is te vinden: "length".

intro.length;

De "length" eigenschap geeft je het aantal tekens in een tekstveld. Kijk verder in de Help voor meer eigenschappen van tekstvelden: Toets F1 om het helpscherm te openen. Kies dan:
ActionScript 2.0 Language Reference, en vervolgens "ActionScript Classes". In de lange reeks met classes is daar ook de TextField Class te vinden.

TextFormat Class
Zijn met de TextField Class de eigenschappen van het tekstveld zelf aan te geven, met de TextFormat Class kan de tekst binnen het tekstveld worden opgemaakt. Een textFormat object moet eerst worden aangemaakt (geinstantieerd, in programeertaal), en daarna gekoppeld aan een tekstveld, of eventueel aan een gedeelte van een tekstveld: (ons tekstveld heet nog steeds " intro" )

var myformat:TextFormat = new TextFormat();
myformat.font = "Courier";
info.setTextFormat(myformat);

In de eerste regel wordt het TextFormat object gemaakt. In de tweede krijgt het een eigenschap, in dit geval het lettertype. In de derde regel wordt het aan het tekstveld gekoppeld. De TextFormat class heeft verder eigenschappen voor kleur, grootte, uitlijning, mages, inspringen, kerning, en meer.

CSS
Ook CSS kan gebruikt worden binnen Flash, zij het net zoals HTML beperkt. Toch geeft het een aantal interessante mogelijkheden. Het eerste wat in het oog springt daarbij is de mogelijkheid om links te laten werken zoals in HTML: een kleur voor een link, voor een bezochte link een andere, en voor een actieve link ook. CSS moet dan in combinatie met HTML worden gebruikt. Het voordeel van het gebruik van CSS is, dat een extern bestand kan worden gebruikt. Ook hier moet weer een Stylesheet object worden aangemaakt. Daarna wordt de stylesheet geladen, en op het moment dat die geladen is, wordt de " onLoad" functie uitgevoerd. Dan wordt het stylesheet aan het tekstveld gekoppeld:

var my_styles = new StyleSheet();
my_styles.onLoad = function() {
intro.styleSheet = my_styleSheet;
}
my_styleSheet.load("styles.css");


©Dreambits
 
BESTELLENAFFILIATES ONDERWIJS CONTACT