| Vector versus bitmap afbeeldingen Technisch gezien kunnen grafische afbeeldingen die op beeldschermen worden getoond, in twee categorieen worden verdeeld: Vector- en pixel-afbeeldingen. Pixel afbeeldingen worden ook wel "bitmaps" genoemd. Dit is ook de naam die binnen Flash consequent wordt gebruikt, wanneer er een pixel-afbeelding wordt bedoeld. (Dit is iets anders als de Windows Bitmap. Dit is slechts een bepaalde bestandsindeling, een bepaalde soort pixel afbeelding.) Omdat Flash kan werken met beide soorten afbeeldingen, is het goed er iets meer over te weten. Het kan je helpen om de mogelijkheden van het programma zo optimaal mogelijk te gebruiken.
Bitmap Afbeeldingen Dit is het soort afbeelding waar we allen het meest mee bekend zijn. Een bitmap afbeelding is opgebouwd uit pixels. De afmeting wordt ook dikwijls in pixels opgegeven. Een afmeting van 100x100 pixels betekent, dat de afbeelding bestaat uit honderd pixels die naast elkaar gelegen zijn (de breedte) , en dat 100x onder elkaar (de hoogte). Elke pixel heeft een eigen kleur-waarde. Deze kleuren tesamen vormen een patroon, wat een herkenbaar beeld oplevert. Het is een soort kaart van afzonderlijke bits, in het Engels: A map of bits. Bitmap. De pixels waaruit de bitmap bestaat zijn over het algemeen niet met het blote oog zichtbaar. Enkel wanneer de afbeelding sterk vergroot wordt, zullen afzonderlijke pixels zichtbaar worden. Dit kan ook gebeuren als er sterke compressie wordt toegepast op het bestand, waardoor er patronen van gelijkaardige pixels zichtbaar kunnen worden, of andere ongewenste effecten (ook wel "artefacts") optreden. Hiermee komen we op een van de grote nadelen van de bitmap afbeelding: de bestandsomvang wordt snel erg groot. Elke pixel waaruit het bestand bestaat, heeft namelijk zijn eigen waarde. Al deze informatie moet opgeslagen worden binnen het bestand. Om dit probleem in te dammen, heeft men "compressie" bedacht. Compressie werkt met verschillende rekenmethodes, om alle pixels in een bestand in kaart te brengen, en op die manier het bestand te verkleinen. Pixels die dezelfde waarde hebben, of op een andere manier "overbodig" zijn, kunnen bijvoorbeeld worden samengevoegd, of verwijderd.
Lossy versus Lossless compressie Dit zijn de twee globale methoden van compressie. Bij lossless compressie wordt enkel een slimme rekenmethode toegepast om de pixels in kaart te brengen. Daardoor zal de kwaliteit van de afbeelding gelijk blijven aan de kwaliteit van de afbeelding zonder compressie. Bij lossy compressie wordt er een deel van de informatie in de afbeelding vernietigd. Pixels die erg veel op elkaar lijken, zullen bijvoorbeeld dezelfde kleur krijgen, omdat het menselijk oog ze toch niet onderscheidt. Een grotere mate van compressie zal het bestand steeds kleiner van omvang maken, maar de kwaliteit zal ook steeds minder worden. In Flash kunnen een groot aantal verschillende soorten bitmaps worden geïmporteerd: JPG, GIF, PNG, BMP, TIFF, PSD, enz. Standaard staat in Flash de optie om voor JPG de geimporteerde kwaliteit te behouden aan, zodat, als een afbeelding eerder al in de juiste kwaliteit is opgeslagen, er in Flash niets meer hoeft te worden gedaan.
Vector afbeeldingen Dit soort afbeeldingen wordt samengesteld op basis van een wiskundige omschrijving, inplaats dat de informatie van elke pixel wordt vastgelegd. Er wordt gekeken welke afmetingen en vorm de afbeelding heeft, en met welke kleur (of kleurverloop) de afbeelding is gevuld. Het voornaamste voordeel hiervan is, dat bij uitvergroting van de afbeelding de kwaliteit behouden blijft: de eigenschappen van de afbeelding veranderen wel, maar de afbeelding wordt opnieuw opgebouwd op basis van de bestaande beschrijving. De beperking van vector-afbeeldingen zit in de complexiteit ervan: hoe complexer de afbeelding, hoe minder voordelig de vector-techniek is. Indien de vlakken van een vector afbeelding het niveau van de pixel gaan benaderen, en er dus heel veel kleine vlakjes zijn die beschreven moeten worden, zal de vector-afbeelding uiteindelijk ook groter van omvang worden dan een bitmap-afbeelding, en zal animeren of bewerken van de afbeelding zeer traag worden. Het programma (in dit geval Flash) moet dan simpelweg te veel berekeningen uit gaan voeren. Daarom wordt de vector-techniek vooral gebruikt voor de meer simpele afbeeldingen. Bijna alles, behalve fotografische afbeeldingen. Animaties en cartoons lenen zich er bijvoorbeeld uitstekend voor. Maar ook buttons of logo's zijn zeer wel mogelijk. Bestandsgrootte Een ander groot voordeel is de bestandsomvang. Over het algemeen nemen vector afbeeldingen veel minder geheugenruimte in dan vergelijkbare bitmap afbeeldingen. Naast het al genoemde voordeel van schalen zonder kwaliteitsverlies, is het dus altijd aan te bevelen om vectoren te gebruiken binnen Flash, waar dat mogelijk is.
Vectorobjecten gemaakt in Flash
Vectorobjecten kunnen ook geïmporteerd worden in een aantal bestandsformaten: Freehand, Illustrator (AI en EPS) en AutoCad. ©Dreambits |